Bestuursmededeling inzake inning declaraties en uitoefening retentierecht

In ‘de Accountant' van september 1996 heeft het bestuur andermaal zijn standpunt over de uitoefening van het retentierecht door registeraccountants in verband met de inning van declaraties gepubliceerd. Omdat het retentierecht inmiddels een algemeen aanvaard middel is om verhaal te verzekeren of spoedige betaling te verkrijgen en omdat binnen de jurisprudentie op het gebied van het retentierecht de afgelopen jaren een voor de accountantspraktijk bevredigende oplossing is geformuleerd welke tevens rekening houdt met de bijzondere positie die door de accountant in het maatschappelijk verkeer wordt ingenomen, heeft het bestuur het besluit genomen het standpunt over de uitoefening van het retentierecht door registeraccountants te herzien.

Het uitoefenen door een registeraccountant van het hem civielrechtelijk toekomende retentierecht, acht het bestuur niet langer zonder meer in strijd met de eer van de stand der registeraccountants.

De integrale tekst van de bestuursmededeling luidt voortaan als volgt:

"Het bestuur van het Koninklijk NIVRA is van mening dat het toelaatbaar is te achten dat de registeraccountant het afgeven van bepaalde stukken of bescheiden aan zijn cliënt afhankelijk stelt van betaling van zijn declaratie. Voorwaarde daarbij is dat hij een zorgvuldige belangenafweging maakt tussen het belang van de registeraccountant bij het achterhouden van de stukken of bescheiden en anderzijds het - voor de registeraccountant wel kenbare - belang dat de cliënt heeft bij de afgifte daarvan.

De gegevens waarop na een zorgvuldige belangenafweging door de registeraccountant een retentierecht kan worden toegepast zijn de stukken of bescheiden welke door de registeraccountant in opdracht van de cliënt zijn vervaardigd of bewerkt. Voorbeelden van dergelijke stukken of bescheiden zijn de saldibalans, grootboekrekeningen, de kolommenbalans, de belastingaangifte, de (concept) jaarrekening etc.

Retentierecht is niet mogelijk op stukken of bescheiden afkomstig van de cliënt welke ten behoeve van de vervulling van de opgedragen werkzaamheden aan de registeraccountant zijn verstrekt, maar welke als zodanig geen bewerking ondergaan. Voorbeelden van dergelijke gegevens zijn, bankafschriften, inkoopfacturen, aandeelhoudersregisters, notariële akten, notulen, etc.

Volledigheidshalve wordt nog vermeld dat tot de eigendommen van de registeraccountant worden gerekend dossierstukken of -bescheiden, op afgifte waarvan door de cliënt geen aanspraak gemaakt kan worden. Als voorbeelden van dossierstukken of -bescheiden kunnen dienen de controle aantekeningen, dossiernotities, kopieën van grootboekrekeningen, kopieën van kolommenbalansen, etc.

Niet van belang is op welke gegevensdrager(s) de desbetreffende stukken of bescheiden zijn vastgelegd."

Vastgesteld door het bestuur op 17 oktober 2002. Gepubliceerd in ‘de Accountant' van januari 2003.